Uit het inleidingswoord door Guy Kestens, kunstcriticus, bij de tentoonstelling "Snapshots van intimiteit en geluk" in Galerie Dessers-Beeck.

"(...) Christel Weyts depersonaliseert  de mensen.  De discrete afstandelijkheid die ze inneemt, creëert een anonimiteit en universaliteit en de mensen op de werken staan dus niet voor zichzelf, maar voor ons.  Ze staan centraal op het doek, maar zijn tegelijk slechts een onderdeel ervan, en ze vormen een eenheid met de omgeving waarin ze zich bevinden. (...) En hoewel we de gezichten van de mensen nauwelijks kunnen zien, en we niet weten wat ze denken of voelen, toch kunnen we een glimlach nauwelijks onderdrukken en krijgen we het warm als we naar deze werken kijken.  Er hangt een waas over van intimiteit, van geluk, van rustige harmonie.  De personages voelen zich duidelijk op hun gemak, thuis in hun omgeving.  En hoewel allles zich buiten, in de openbare ruimte afspeelt, slaagt Christel Weyts erin door te dringen in de intimiteit van een koppel, een groep oude dames.  Ze bekijkt ze altijd met een meevoelende, empathische blik van sympathie. (...) En hoewel ze heel precies werkt en bij wijze van spreken netjes binnen de lijntjes kleurt, zijn de schilderijen vaak transparant.  Wie dichterbij kijkt, ziet de verschillende lagen, kan zien hoe het vernuftige samenspel van kleuren tot stand is gekomen.  Weyts heeft ook een duidelijke voorkeur voor zacht licht, dat vaak van opzij komt en ervoor zorgt dat zelfs heldere kleuren gedempt overkomen.  Dat draagt in niet geringe mate bij tot de sfeer die uit de doeken spreekt. (...) En als we de werken van Christel Weyts vergelijken met illustere voorbeelden, dan verwijzen de intimiteit, het gemeenschapsgevoel, de solidariteit eerder naar de biddende boeren op het veld in het Angelus van Jean-François Millet, of naar het samenzweerderige, de intimistische sfeer in de huiskamerdoeken van Vermeer, maar dan in de buitenlucht, in de openbare ruimte.  Haar figuren zijn immers niet de bourgeois zoals we die zien pronken op Un dimanche après-midi à l'île de la Grande Jatte van Seurat.  Ook niet de eenzame, vervreemde figuren op de stedelijke taferelen van Hopper.  Christel Weyts schuwt immers de grote gebaren, de hevige emoties.  Het is alsof ze bang is om al te dicht bij de mensen te komen die ze nu van op een afstand als gelukkig afbeeldt.  Wil ze de persoonlijke, misschien trieste verhalen van die mensen liefst niet kennen?  Neen, wat ze ons wil zeggen is dat het geluk niet schuilt in kortstondige, hevige emoties, maar in een praatje op de bank onder vrienden, een wandeling op de pier in Nieuwpoort.  Dat is immers ons leven, hier en nu.  Het is wat het is, niet meer maar zeker en vooral ook niet minder.  En in al zijn bescheidenheid is dit leven, zijn deze mensen, zijn wij prachtig en erg de moeite waard." 

Guy Kestens, kunstcriticus, 28 april 2013